De verfbom

Of het in 1979 of 1980 gebeurde, dat weet ik niet meer. Ik herinner me dat ik, voor mijn doen, vroeg was opgestaan, want ik ging naar het gebouw van de Geïllustreerde Pers op de Stadhouderskade om een voorschot te innen op een reportage waar ik nog geen foto voor had gemaakt. Dat was nu eenmaal mijn manier van werken. Ik had een drukbezet nachtleven en was het geld eenmaal op, dan ging ik nieuw geld halen door een idee in te dienen bij de redactie van de Nieuwe Revu. Pas daarna ging ik daadwerkelijk aan het werk en met volle overgave. Ik besteedde veel meer dagen aan mijn reportages dan de meeste collega’s en ik raakte steevast al mijn onkostenbonnetjes kwijt, dus al met al was ik weliswaar té speels en té genotzuchtig te noemen, maar echt duur voor de redactie was ik niet.

In die tijd was er nog echt een kassabalie met een kassier in het gebouw en daar stond ik dan met een opdrachtbonnetje van de redactie. Voor mij in de rij stond Stan H. van Radio Stad Amsterdam ook een bedrag te innen en dat verbaasde mij, want er zaten meer redacties in het gebouw, maar niemand had iets met radio te maken.

Op weg naar de uitgang liep ik nog even naar de redactie om een pilsje te pakken uit de koelkast, waar toen nog een A4-tje op hing met de tekst ‘Vóór 12:00 geen sterke drank!’. Zoiets is ondenkbaar nu, maar toen was dat vrij normaal.

Ik vroeg terloops wat Radio Stad Amsterdam in het pand deed en ik zag de koppen van de redacteuren oplichten. ‘Er komen rellen vanavond! Janmaat gaat vergaderen in hotel-restaurant Die Port van Cleve en we gaan de kraakbeweging inlichten. We moeten die fascist een lesje leren! Op tafel lagen de flyers al klaar. Ik keek ernaar en het was eigenlijk niet meer dan een kort persbericht waar iemand een anarchistenteken op had geplakt. Dat velletje papier zou nog een paar honderd keer gefotokopieerd worden en dan zou Stan zorgen dat die bij de belangrijkste krakersbolwerken afgeleverd zouden worden.

‘Wat zal die Janmaat opkijken, als straks de hele kraakbeweging hem staat op te wachten!’ riep de redacteur van Foto’s, Nieuws en Feiten opgetogen.

Nu weet waarschijnlijk niemand meer wie Janmaat was, maar hij was een populistische politicus die zich, vanuit deze tijd bekeken, qua politiek ruim ter linkerzijde van Dijkhoff, Baudet en Wilders bevond.

Stan H. verdient inmiddels ook wat toelichting. Hij zit nu regelmatig op Facebook pogingen te doen om gerapporteerd of geblokkeerd te worden, maar toen had hij een belangrijkere functie. Met zijn Radio Stad Amsterdam verving hij bij krakersrellen min of meer de functie van social media nu. Krakers en op rellen beluste sympathisanten wisten via dat radiokanaal wat de bewegingen van de politie waren, hoe die te omzeilen en wat de beste plekken waren voor een confrontatie.

In dit specifieke geval leverde Stan H. een rel op bestelling aan. Journalistiek maatwerk, zeg maar.  Nog wel pal voor deadline ook, zodat andere tijdschriften en misschien zelfs de Telegraaf het nakijken zouden hebben. De sfeer op de redactie was uitgelaten.

Mijn eerste flappen voorschot werden, zoals de traditie dat nu eenmaal wilde, uitgegeven aan zaken waar ik hier niet dieper op in hoef te gaan, maar al banjerend door de stad zag ik overal krakers lopen met dat papiertje in hun hand.

Ik besloot de redactie vanuit zo’n oude telefooncel te bellen en vroeg of ik bij Die Port van Cleve mocht fotograferen. Daar werd wat lacherig op gereageerd, want er liepen al genoeg fotografen van ons rond, maar als ik dat zo graag wilde, was dat wat hen betreft geen probleem. Ik was immers een studiofotograaf en zeker geen echte persfotograaf, dus niemand verwachtte dat ik met interessant materiaal zou terugkeren.

Janmaat zou ‘s avonds in Die Port van Cleve arriveren, maar al om een uur of vijf konden er bijna geen trams meer passeren op de Nieuwezijds Voorburgwal. Het zag zwart van de krakers die alvast begonnen waren het straatmeubilair af te breken en uiteraard kwam de politie in vrijwel even grote getale opdagen met schel blaffende honden. Ik herinner me een wijze, oude agent die met een walkie-talkie vergeefs het hoofdbureau probeerde te overtuigen dat de politie-aanwezigheid daar op dat moment de zaak alleen maar verergerde.

Het werd een stand-off. Beide partijen beschikten over megafoons en schreeuwden elkaar toe, terwijl de spanning bleef oplopen. Af en toe vloog er een baksteen door de lucht. Ik wist mij door de menigte naar de portier van Die Port van Cleve te wringen om hem te vragen of er eigenlijk wel een vergadering met Janmaat ingepland was. Daar kon hij ‘beroepshalve’ geen antwoord op geven. Ik gaf hem een fikse fooi en toen kon hij wel bevestigen dat er voor de hele avond geen enkele vergadering was ingepland.

Inmiddels was het acht uur geweest en alle trams kwamen tot aan het CS vast te staan. De ruimte tussen politie en krakers was nu nog slechts een paar meter en in dat niemandsland opereerden wij. De situatie werd dusdanig bedreigend dat er beelden op het journaal verschenen. Dat moet ook het moment zijn geweest dat Janmaat voor het eerst hoorde dat hij een vergadering in Die Port van Cleve zou hebben. Drie kwartier later kwam hij in een taxi, of misschien in een gewone auto met chauffeur, voorrijden. Hij stapte uit en riep met gebalde vuist wat leuzen naar de menigte en de politie schoot pijlsnel toe om de politicus in veiligheid te brengen en af te voeren.

Dat zette kwaad bloed bij de krakers die zichzelf als ‘goed’ zagen en Janmaat als ‘fout’. Kortom de menigte vond dat ‘de fascist’ in bescherming werd genomen, terwijl de krakers honden op zich afgestuurd kregen. Ik was uiteraard niet op tijd bij de auto van Janmaat om een foto te maken, maar ik belandde daardoor wel samen met de cameravrouw van de NOS in het segment naast de Nieuwe Kerk, waar de eerste schermutselingen tussen ME en krakers begonnen. Op televisie en nu op filmpjes van burgerjournalisten krijg je niet goed mee met hoeveel lawaai zo’n clash gepaard gaat en hoe beangstigend dat is.

Na een houw van een wapenstok over mijn voorhoofd, volgde een enorme knal en meteen was het volledig stil in mijn hoofd. Ook kon ik in het geheel niets meer zien. Ik bracht mijn handen naar mijn hoofd en dacht bloed te voelen. Ik veegde dat ‘bloed’ uit mijn ogen en ik zag dat een ME-er met een bespat scherm de cameravrouw van de NOS een paar klappen met een wapenstok gaf. Haar camera viel en werd opzettelijk kapot getrapt door de ME. Dat moet ook zo ongeveer het moment zijn geweest dat ik mij realiseerde dat we in het epicentrum van een fikse verfbom hadden gestaan, want ik zag nu ook dat iedereen om ons heen witte klodders verf op zijn lijf had. Hoewel ik inmiddels wel weer kon zien, was ik nog steeds stokdoof. Ik begon te schreeuwen, willekeurige klanken, in de hoop iets te horen, bang als ik was voor altijd doof te blijven. Toen dat niet het gewenste resultaat had, zakte ik door mijn knieën en begon hysterisch te huilen. Ik weet nog dat ik, ondanks mijn hysterie, vooral ook bang was dat collega’s zouden zien wat voor slappeling ik was. Dat ze me zouden uitlachen, maar in plaats daarvan haastten drie fotografen zich naar me toe, droegen me naar een café, waar ze me geruststellend toespraken en de ene na de andere jenever in mijn keel goten om me weer rustig te krijgen.

‘Altijd vanuit de zijstraatjes werken,’ zei de oudste van hen, terwijl hij met proppen toiletpapier de verf van mijn gezicht verwijderde. ‘Eerste keer?’

Ja, het was de eerste keer en meteen ook de laatste. Een redacteur nam me de volgende dag apart en ik wilde mijn verhaal vertellen, maar hij onderbrak me en zei: ‘Je kunt mooi meisjes fotograferen, maar dit is duidelijk niets voor jou.’

Ik zou nooit meer rellen fotograferen.

Dit bericht heeft 1 commentaar

  1. Richard

    Tsja, leuk verhaal en zo hebben we allemaal onze herinneringen in Amsterdam. Wat bij mij nog vers in het troebele geheugen staat is 1966, de Telegraaf rellen//bouwvakkers oproer. Die zomer liep in stage in de keuken van het oude Schiphol. Als ik ‘s morgens met mijn DAF 600 ter plekke arriveerde waren de parkeerplaatsen bezet. Even doorrijden naar het platvorm/startbaan en altijd zeer veel plaats. Zo ook de dag na de rellen in het centrum. Toen ik ‘s middags na het werk mijn auto wilde ophalen was hij verplaatst en zat er een bon op de voorruit. Ik was niet de enige, gezamenlijk hadden we een vliegtuig dubbel geparkeerd. Naar de Marechaussee kijken of er iets te regelen valt. Mijn verhaal dat een bon van Fl 35,= erg veel is met een maandsalaris/stageloon van Fl 15,= kon niet echt helpen, maar mijn ontkenning op de vraag of ik de vorige avond iets met die rellen van doen had gehad was genoeg om de bon te verscheuren.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.