Germania Inferior

Toen ik die reiger op die paal zag zitten met zijn gebochelde gestalte, mompelde ik stilletjes wat chagrijnige teksten voor me uit waarin het woord “schijtreiger” centraal stond. Ik had het opeens gehad met reigers. Ik betreurde het bijna dat ik een camera bij me had in plaats van een dubbelloops jachtgeweer, terwijl ik toch echt een gediplomeerd dierenvriend ben. Ik zal een zilvervisje in de douchecabine eerder van een naam voorzien en het dagelijks voordat ik de kraan opendraai geruststellend toespreken dan het diertje dood te drukken.

Waarom die reigers zich zo ongelooflijk vermenigvuldigd hebben in de laatste twintig jaar staat vast ergens op het Internet, maar ik heb even geen zin om het op te zoeken. Geef mij maar mussen en die zie je bijna nergens meer. Het lijkt wel eens of de meest bedreigde diersoorten ook meteen de sympathiekste zijn. In de mensenwereld ligt daar een mooie parallel, als u het mij vraagt. (Dat doet u overigens niet, want u bent hier omdat u via Google gezocht heeft naar zoiets prachtigs als het “geluid van brekend glas”, een van de vele zoektermen om dit blog te bereiken.)

Nu ik weer zo vaak door de vrije natuur wandel, overweeg ik vaak mijn blog maar om te dopen van Nooit Meer Naar Buiten naar Brekend Glas. Ook wel passend voor een fotograaf, toch?

Reigers zijn volgens mij de sales managers van de dierenwereld. Altijd de rug krom, de snavel vooruit en maar achterdochtig om zich heen spieden met die rottige, loerende oogjes. Als er onverhoopt nog meer reigers komen dan gaan ze vast ook in file vliegen.

Jaren geleden, toen de Amsterdamse binnenstad nog vrijwel reigervrij was, keek iedereen op de Prinsengracht met ontzag naar een reiger die tweemaal daags laag over het water vloog. Ik ben dat dier toen gaan timen en ja hoor; de vogel vloog daar elke ochtend om 8:34 voorbij en kwam elke middag om 17:21 in de tegenovergestelde richting opnieuw voorbij. Goed, niet altijd precies zo stipt, maar stipt genoeg.

Waar ik nu sinds bijna een jaar woon is het net Friesland – ook al zo’n stukje Nederland waar de natuur net zo prachtig is als de inwoners vervelend zijn.

Toch moest dat gezeur van mij over de Lage Landen maar eens voorbij zijn. Althans zo had ik mij dat voorgenomen. In mijn volgende fotoboek moest ik de Nederlandse natuur maar eens centraal gaan zetten. Wanneer ik echter aan een boek of een nieuwe site werk heb ik vrijwel nooit een titel. Wel twintig titels, maar niet die ene alles overtreffende. Zelfs nu zit ik voor het fotoboek dat begin volgend jaar uitkomt nog te zoeken naar een passende titel.

Mijn ode aan het Nederlandse landschap had echter al een titel voordat de eerste foto geschoten was. Germania Inferior. Ik heb er werkelijk geen seconde over hoeven peinzen. De cartografen van de Romeinse veldheren die in de oudheid over de Waal keken en besloten om zich verder niet te bemoeien met het schorremorrie aan de overzijde, hadden het goed aangevoeld, al bedoelden ze taalkundig iets anders dan die benaming in deze tijd zou doen vermoeden. Geheel dekkend is de titel ook al niet, Germania Inferior was alleen het laagste deel van de Nederlanden, nu ook wel Wildersland genoemd, maar generaliseren en falsificeren is weer in de mode als ik uitlatingen in de nieuwsmedia goed interpreteer en zo’n titel kan ik echt niet laten liggen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.