Acceptatie?

Een vraag die vaak gesteld wordt is of er ooit een dag zal komen dat BDSM geheel geaccepteerd zal worden in de maatschappij. Die vraag is moeilijk te beantwoorden maar we kunnen wel kijken naar hoe andere ‘afwijkende’ uitingen van liefde en seksualiteit acceptatie hebben gevonden binnen de Westerse wereld.

Homoseksualiteit is daar een mooi voorbeeld van. Nog zojuist heeft Ierland met een volkstemming een ‘yes’ gegeven voor het homohuwelijk.

We hoeven niet zo ver terug te gaan in de geschiedenis om te zien hoe er anders tegen homoseksualiteit werd aangekeken. In de Tweede Wereldoorlog was openlijke herenliefde genoeg reden om vergast te worden. In Engeland was het tot 1967 strafbaar. In Schotland tot 1980.

Een van de eerste sociëteiten in Nederland die zich openlijk inspande voor gelijke rechten voor homoseksuelen heette de Shakespeare Club en bestond voornamelijk uit heren. Ondanks zware tegenwerking van de overheid, werd er veel goed werk verricht.

Uit de Shakespeare Club kwam het C.O.C. voort en daar waren ook vrouwen actief. In het begin ging dat wat stroefjes, maar uiteindelijk kende het C.O.C. ook vrouwen in het bestuur die best hun mond open mochten doen als de boodschap van het feminisme maar niet teveel die van de emancipatie van homoseksualiteit overstraalde.

Een groep mensen die het wel bijzonder zwaar had in de beginjaren van het C.O.C. waren de biseksuelen. Zij werden gezien als mensen in een overgangsfase. Twijfelaars. Mensen die uiteindelijk voor hun homoseksualiteit uit zouden komen, zodra ze eenmaal over hun angst uit de kast te komen heen waren gekomen. Ik telde tijdens een vergadering van het bestuur van het C.O.C. in 1978 nog meer dan dertig discriminerende opmerkingen over biseksualiteit.

De aidsepidemie bracht snel verandering in die situatie omdat de vele prachtige mensen die zich voor de bestrijding van deze gruwelijke ziekte inspanden vooral een breed politiek platform nodig hadden. Naarstig zoekend naar heteroseksuele vrouwen die aids hadden opgelopen, werd vooral door wetenschappers hard gewerkt aan dat brede platform, want ze hadden geld nodig voor onderzoek. Elke junk die een verkeerde naald had gebruikt en elke vrouw die een besmette bloedtransfusie had gekregen werd uit de schaduw getrokken om op de voorpagina’s van fondsen wervende publicaties geëtaleerd te worden.

Het belangrijkste doel was de theorie te weerleggen dat aids een ziekte was die vooral homoseksuelen trof om daarmee dwarsliggende Christelijke fanatici in de politiek de mond te snoeren die beweerden dat aids een straf was van god voor het zondige gedrag van homoseksuelen.

Huisvaders die wel eens een keer vreemd waren gegaan, lagen al snel klaarwakker tot diep in de nacht omdat ze vreesden seropositief te zijn. De overheid deed er nog een schepje bovenop met een hagel aan campagnes ter bevordering van veilige seks. Marktgerichte lieden stortten zich op de aandelen van London Rubber die al snel waardeloos bleken te zijn omdat het condoomgebruik niet explosief steeg onder heteroseksuelen. Net zo min als het aantal aidspatiënten in die doelgroep.

Wie toch nog durfde te beweren dat aids mogelijk iets met homoseksualiteit te maken had, kreeg Afrikaanse cijfers gepresenteerd. Zo’n beetje de helft van hetero-Afrika was immers seropositief. Althans dat moesten we geloven op basis van onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie die maar heel beperkt aidstesten beschikbaar stelde en het in haar arrogantie voldoende achtte om Afrikanen een kort vragenlijstje in te laten vullen waaruit moest blijken of ze wel of geen aids hadden. Dat was stukken goedkoper.

Werd dat lijstje correct ingevuld, dan kon de ondervraagde twee ziektes hebben: aids of tuberculose. Het is logisch dat opeens niemand in Afrika meer tuberculose had en iedereen aids. Dan was hulp immers nabij. Het Westen was inmiddels bijna geheel vrij van tuberculose en de angst dat Afrikaanse aids over zou slaan naar het Westen was genoeg motivatie om de gemeenschappelijke portemonnee te trekken en wat voedsel, hospitaaltenten en injectienaalden te verschepen.

Al die ontwikkelingen hebben er mede toe geleid dat we nu de regenboogvlag kennen als internationaal symbool voor alle vormen van seksuele diversiteit. Met uitzondering van BDSM bedreven door heteroseksuelen. Leernichten geen probleem, maar hetero BDSM’ers? Bah!

De les die we kunnen leren uit homo-activisme om acceptatie te bewerkstelligen is dat we de groep BDSM’ers zouden moeten uitbreiden met andere belangengroepen zoals transgenders, transseksuelen etc. Maar helaas zijn die voor het merendeel al gerekruteerd door de immer breed glimlachende jongens en meisjes van de regenboogvlag.

Wat blijft ons over? Persoonlijke statements. Niet bang zijn om de buren te vertellen waar die geluiden vandaan komen. Niet alleen op parties BDSM’er zijn maar ook op je werk of de verjaardag van familieleden. Ontslagen vanwege je seksuele voorkeur? Neem een advocaat. Seksuele diversiteit is een grondrecht. Laten we vooral ook een voorbeeld nemen aan Nederlanders die zonder politiek gedraai veel voor homoseksualiteit gedaan hebben zoals bijvoorbeeld André van Duijn. Door er gewoon niet moeilijk over te doen.

Elke bekende Nederlander die voor zijn BDSM-gevoelens uitkomt is winst. De meeste commerciële Domina’s kennen ze vrijwel allemaal bij naam, maar zwijgen begrijpelijkerwijze als het graf.

[ Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd op thekinkyweb.nl ]

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.